Over Hoofdpijn

Wat te doen als je ermee moet leren leven?

Psychologische behandeling van hoofdpijn door Dr M.J. Sorbi, Dr W.J. Meijler en Prof. Dr J. Passchier

Hoofdpijnsoorten

In 1988 heeft de International Headache Society (IHS) een lijst van 12 hoofdpijn-categorieën opgesteld. Van die 12 soorten zijn er 8 die een aantoonbaar lichamelijke oorzaak hebben. De pijn is symptoom van een ziekte, zoals een tumor, hersenbloeding of infectieziekte. De vier overige soorten hebben geen duidelijke lichamelijke oorzaak. Daartoe behoren de meest voorkomende: migraine en spanningshoofdpijn. Afhankelijk van de onderzochte groepen en de tijdsperiode waar de meting betrekking op heeft komt migraine voor bij 14-19% van de vrouwen en bij 5-9% van de mannen. Voor spanningshoofdpijn liggen die getallen drie tot vier maal hoger, maar daar zijn degenen bij inbegrepen die geen noemswaardige last van hun pijn hebben. Tijdens een migraine-aanval is de kwaliteit van leven in lichamelijk, psychisch en sociaal opzicht verlaagd. Diezelfde verlaging geldt echter ook voor patiënten met spanningshoofdpijn. Er is weliswaar geen sprake van aanvallen, maar zij hebben gemiddeld wel vaker hoofdpijn dan migrainepatiënten.

Oorzaak en uitlokkers

Hoewel de laatste jaren steeds meer bekend wordt over de lichamelijke processen bij migraine en spanningshoofdpijn zijn de oorzaken nog duister. Omstreeks 1950 dacht men dat migraine alleen de bloedvaten betrof. Latere opvattingen 'beschuldigden' het centrale zenuwstelsel, dat de spanning van de bloedvaten rondom de schedel zou beïnvloeden. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat de serotonine-balans tijdens een aanval verstoord is. Serotonine is een stof die door het lichaam geproduceerd wordt om allerlei lichamelijke functies te verrichten. Spanningshoofdpijn kan ontstaan doordat patiënten als gevolg van stress hun hoofdspieren eerder en sterker aanspannen dan 'gezonde' mensen. Er is dus meer bekend over het ziekteproces dan over de oorzaak van dat proces. Over sommige 'triggers', de Engelse naam voor uitlokkers waardoor het proces in gang gezet wordt, zijn de medici het niet altijd eens, bijvoorbeeld over voeding. Over andere uitlokkers bestaat wel overeenstemming, bijvoorbeeld stress, slaapstoornissen, menstruatie, vermoeidheid, inspanning, alcohol, uitstel van maaltijden en weersveranderingen. Het meest genoemd als uitlokker van spanningshoofdpijn en migraine is stress.

Stress

Onder stress als hoofdpijn-uitlokker verstaan we reeksen van alledaagse gebeurtenissen die spanning oproepen, zoals te hard doorwerken of conflicten op het werk of thuis, in de file staan, iets kwijt zijn, enz. Het zijn niet eens de ingrijpende levensgebeurtenissen zoals het verlies van een dierbare, scheiding, ontslag e.d. die de hoofdpijn uitlokken. Opvallend is dat spanningshoofdpijn begint en toeneemt tijdens stress, en dat een migraine-aanval vooral begint nadat de stress over zijn hoogtepunt heen is. Een verklaring daarvoor is wellicht dat stress de spieren van het hoofd doet samentrekken en de bloedvaten aan de buitenkant van de schedel vernauwt. Spanningshoofdpijn treedt dan wel op, maar het dóórbreken van een migraine-aanval wordt verhinderd of uitgesteld. Vaatverwijding en dus pijn vindt pas plaats als de spanningen voorbij zijn. Daarom treedt migraine vaak op in de weekeinden of aan het begin van een vakantie.

Medische en psychologische behandeling

Iedere behandeling van hoofdpijn dient te beginnen met een onderzoek om eventuele levensbedreigende aandoeningen, bijvoorbeeld een tumor, uit te sluiten. Daarna kan aan de hand van vragen aan de patiënt uitgezocht worden aan welke soort hoofdpijn hij lijdt. Een hoofdpijndagboek kan bij dat onderzoek helpen. In dat dagboek, soms in de vorm van een zakcomputer, noteert de patiënt dagelijks zijn aan- of afwezigheid van hoofdpijn, de mogelijke uitlokkers en de eventuele gevolgen. De behandeling gebeurt in eerste instantie met medicijnen (eerst de pijn weg!). Soms schrijft een arts medicijnen voor om hoofdpijn te voorkomen. De psychologische behandeling is niet bedoeld om bestaande hoofdpijn te verlichten, maar werkt in beginsel preventief d.w.z. gericht op het voorkómen van hoofdpijn door de patiënt te leren de uitlokkende factoren te beïnvloeden. Een dergelijke behandeling slaat beter aan bij patiënten die afwisselend dagen wel en geen hoofdpijn hebben dan bij patiënten die continu hoofdpijn hebben.

Stress-hantering

De psychologische behandeling heet stressmanagement, een verzamelnaam voor vast omschreven behandelingen. De bedoeling ervan is de patiënt te leren de hoofdpijn-uitlokker stress beter te hanteren, maar ook de stress die door de hoofdpijn zelf ontstaat. De verschillende trainingsvormen omvatten zo'n acht à tien zittingen van ongeveer een uur. Ze worden vaak gecombineerd in één behandelingsprogramma, in de vorm van een individuele of een groepsbehandeling, maar tegenwoordig ook als zelfhulpprogramma. De patiënt kan de behandeling dan met behulp van een handleiding en geluidscassettes thuis uitvoeren. Een dergelijk programma is ook voor kinderen gemaakt.

Het totale programma bestaat uit vier zgn. modulen:

Educatie

Tijdens de module educatie bespreekt de behandelaar met de patiënt(en) de mogelijke uitlokkers van de hoofdpijn en de gevolgen. Ter verduidelijking komen concrete, alledaagse voorbeelden ter tafel, die vaak door de patiënt zelf worden ingebracht. Daarna volgt voorlichting over veel voorkomende reacties op hoofdpijn, zoals woede en verzet of de neiging 'verloren' tijd in te halen. Die reacties hebben meestal een averechts effect. Beter is het regelmaat aan te brengen in de dagelijkse activiteiten, risico's van overmatig medicijngebruik te herkennen, en te accepteren dat ernstige hoofdpijn een handicap is. Tenslotte maken behandelaar en patiënt afspraken over het verdere verloop van de behandeling.

Leefstijlinterventie

In de module leefstijlinterventie begint de patiënt met het invullen van een vragenlijst over zijn gedrag, met het doel de eventuele risico's te leren kennen. Er staan vragen in over zaken als gebruik van alcohol en drugs, eet-, slaap- en arbeidsgewoonten, ontspanning en gezondheidszorg. De behandelaar maakt de gevolgen van ongezonde gewoonten duidelijk en geeft in de vorm van een stappenplan aanwijzingen om risicogedrag te veranderen. Hoe besteed ik mijn tijd beter? Hoe reageer ik op eisen, bijvoorbeeld vanuit het gezin of het werk?

Ontspanningstraining

De ontspanningstraining is gericht op spierontspanning en betere huiddoorbloeding van alle lichaamsdelen. Hoofdpijnpatiënten hebben vaak gespannen kaken, opgetrokken schouders en nekpijn. De patiënt concentreert zich tijdens de training passief op suggesties van rust en zwaarte (voor de spierontspanning) en op warmte (voor de huiddoorbloeding). Voor het hoofd wordt aangename koelte gesuggereerd. Hij moet leren dezelfde reacties (ontspanning, huiddoorbloeding en koelte) ook op te roepen als er sprake is van stress, als er hoofdpijn op komst is of tijdens de hoofdpijnfase. Daarom oefent een patiënt de ontspanning ook thuis, met behulp van een cassette waarop de aanwijzingen van de behandelaar staan.

Cognitieve training

Het doel van cognitieve training is om 'gevoel' te vervangen door 'verstand', met andere woorden om irrationele gedachten te vervangen door rationele alternatieven. De instelling dat alles perfect uitgevoerd moet worden is zo'n irrationele gedachte. De behandelaar probeert die gedachte door de patiënt zelf 'uit zijn hoofd' te laten praten, door een alternatieve, rationele gedachte aan te bieden. Niemand zal het een patiënt kwalijk nemen als iets niet perfect is uitgevoerd. Andere irrationele gedachten waar hoofdpijnpatiënten mee tobben zijn: 'Ik word gek' (van de aura), 'Mijn hersenen raken beschadigd' (door een migraine-aanval) en 'Deze pijn gaat nooit over' (bij chronische spanningshoofdpijn).

Globale beschrijving

Bovenstaande beschrijving van de vier modules bij stressmanagement is heel globaal. De therapie omvat uiteraard veel meer dan het genoemde. De programma's kunnen van patiënt tot patiënt en van patiëntengroep tot patiëntengroep verschillen. Van heel groot belang zijn de besprekingen tussen patiënt en behandelaar over de therapie zelf. Wat ging goed, wat ging fout, wat kan voortaan beter? En, de belangrijkste vraag: heeft psychologische behandeling effect?

Resultaten

Het hoofdpijndagboek geeft aanwijzingen over hoe vaak hoofdpijn/migraine voorkomt, hoe lang die duurt en hoe ernstig de pijn is. Via een bepaalde optelling ontstaat een zogenaamde hoofdpijnindex. Patiënten bij wie de hoofdpijnindex na de psychologische behandeling met 50% of meer afneemt, worden als 'verbeterd' beschouwd. Het percentage verbeterde patiënten met migraine is ongeveer 50%. Hetzelfde geldt voor patiënten met spanningshoofdpijn: ongeveer 50%. Aangetoond is ook dat een verbetering minstens drie jaar standhoudt. Een bijkomend gunstig effect is dat de stemming en emotionele symptomen als angst, prikkelbaarheid, depressie en vermoeidheid verbeteren. Ook neemt het gevoel toe controle te hebben over de pijn en over zichzelf.

Ten slotte

Hoofdpijnpatiënten willen met hun hoofdpijn niet in de hoek gezet worden van de 'psychische ziekten'. Terecht. Hun pijn is wel degelijk 'echt'. Ze zijn geen 'psychiatrische gevallen' en hebben zelf geen schuld aan de pijn. Iets anders is dat de pijn te maken kan hebben met psychologische processen die psychologisch behandeld kunnen worden. Een patiënt kan twee dingen doen. 1. Hij kan proberen beter met de pijn te leren omgaan om weer zoveel mogelijk een 'normaal' leven te leiden. 2. Hij kan allerlei pogingen doen de pijn te doen verdwijnen. Als hij voor 1. kiest, kan dat de weerstand tegen een psychologische behandeling verkleinen. De therapie kan beter gericht zijn op het leren leven met chronische pijn dan op het verdwijnen van de pijn. Vermindering van de weerstand tegen de pijn door middel van gedragstherapie blijkt zeer bemoedigende resultaten op te leveren.


Kenmerken migraine


Kenmerken spanningshoofdpijn


Twee varianten spanningshoofdpijn

Spanningshoofdpijn komt op twee manieren voor: episodische en chronische. Episodische spanningshoofdpijn, het woord zegt het al, komt 'in perioden' voor en duurt enkele minuten tot dagen. Chronische spanningshoofdpijn is altijd aanwezig, gedurende zes maanden op tenminste 15 dagen per maand. Spanningshoofdpijn mag niet verward worden met de zgn. medicijn-afhankelijke hoofdpijn. Wanneer (bijna) dagelijks pijnstillers over een periode langer dan zes weken worden gebruikt, kan de oorzaak van de hoofdpijn in dat gebruik liggen.


Wie geïnteresseerd is in de literatuur die de auteurs aan het slot van het oorspronkelijke hoofdstuk noemen, kan contact opnemen met de redactie van Hoofdzaken.

Credits:
In 1998 verscheen 'Psychologie van onbegrepen chronische pijn' (J. Passchier e.a. Uitgeverij Van Gorcum, Assen, ISBN 9023232356, 55,-). In hoofdstuk 6 beschrijven M.J. Sorbi, W.J. Meijler en J. Passchier de psychologie van onbegrepen hoofdpijn. Dick de Scally bewerkte het voor Hoofdzaken. De drie auteurs gaven vervolgens hun goedkeuring aan deze bewerking.

Mevrouw Dr M.J. Sorbi, klinisch psycholoog/psychotherapeut, is als senior onderzoeker en universitair docent verbonden aan de groep Gezondheidspsychologie van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Dr W.J. Meijler, neuroloog/klinisch farmacoloog, Hoofd van Kenniscentrum voor Pijn van het Academisch Ziekenhuis Groningen.

Prof. Dr J. Passchier, psycholoog, is als hoogleraar Medische Psychologie verbonden aan het instituut Medische Psychologie en Psychotherapie van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Uit het blad "Hoofdzaken" van de NVvMP, nr. 4 1999

Terug naar Medisch

Terug naar de Migrainerubriek