NET-SCHRIFT

MIRZA door Kader Abdolah

'Mosibaat', een woord dat ik nooit zal vergeten. Het trof mij als een dreun, terwijl ik niet eens de betekenis wist. Het stond in De Volkskrant, in de column 'Mirza', enkele dagen nadat een vader in Hoofddorp zijn drie kinderen had gedood. Onverwerkte rouw en woede om de dood van een zoontje enkele maanden eerder waren aanleiding voor de daad. 'Mosibaat', 'zo stond in de column, 'was het ergste woord dat een Perzisch man kan zeggen.'

Woord en column troffen mij weer in het met veel zorg uitgegeven boek Mirza, de verzamelde columns van de in 1954 in Iran geboren Kader Abdolah.

Kader Abdolah is een pseudoniem, genoemd naar twee van zijn in Iran vermoorde vrienden. In 1988 ontvluchtte de auteur om politieke redenen zijn vaderland. Na zijn vestiging in Nederland maakte hij zich in een paar jaar onze taal eigen (o.a. met hulp van teksten van Annie M.G. Schmidt!). Dat is hem meer dan gelukt. In zijn columns noemt Kader Abdolah zich Mirza, kroniekschrijver van de tegenwoordige tijd.

Juist doordat Nederlands zijn tweede taal is, ontwikkelde hij een heel eigen, unieke stijl: sober, met korte zinnen en eenvoudige woorden, zonder tot een kinderlijk niveau te zakken.

Ondanks (of misschien dankzij) die bijna 'oppervlakkige' taal roert hij diepe gevoelens aan. Abdolah schrijft pozie met de middelen van het proza.

Hij heeft ook de gave de actualiteit te bekijken met een andere blik dan waarmee iedereen kijkt. Hij roept niet met het volkskoor mee dat geweld een schande is. Nee, hij verwoordt op een subtiele manier de collectieve schuld van de geweldsmaatschappij. Hij bezit schoenen, evenals de vier Friese mannen die Meindert Tjoelker doodschopten. 'Ben ik degene die Meindert Tjoelker doodgeschopt heeft?'

Vaak doopt hij zijn pen in Perzische inkt. In 'Oudjaar' mijmert hij over de paar dingen die hij van het oude naar het nieuwe jaar zal meenemen. Hij noemt o.a. de bittere smaak in zijn mond nadat hij een hulpbehoevende landgenoot had afgepoeierd. Uit schuldgevoel gaat hij de jongen achterna, maar hij vindt hem niet terug.

'Een onaangename smaak die net zo bitter was als de punt van de staart van een bergslak uit onze streek, kleefde in mijn mond.'

Dick de Scally

Uitg. De Geus, 171 blz. geb. 29,90

Naar de eerste- , de tweede-, of de derde pagina van NET-SCHRIFT

Terug naar de Boekenrubriek